woensdag 14 december 2011

Persbericht Denktafels (hbvl 11/12)

Genk peilt naar noden van inwoners door middel van denktafels

extern denktafels van genk in werking
INGESTUURD DOOR TONINO DI PIETRANTONIO
Burgemeester Wim Dries wil een betere kwalitatieve dienstverlening uitbouwen, waardoor er bij de Genkenaren een grotere tevredenheid en een sterkere lokale samenleving wordt bereikt.
Met de afdeling “ De Genks” onder leiding van Katrien Colson is er gestructureerd aan gewerkt om een overzicht te krijgen van de noden van de bevolking.
De gesprekken van de uitdagers met 3200 Genkenaren in het dagelijks leven zorgen voor heel wat feedback.
Nu wordt nagegaan of er voorstellen geformuleerd kunnen worden voor het stadsbestuur. Het project heeft ook de aandacht getrokken van de universiteit van Leuven.
Er zijn verschillende denktafels:
1- Johan, afdeling onderwijs: "hoe kunnen ouders zich meer inzetten voor taal en talenten van de scholieren?"
2- Chris, afdeling werk: "kan de stad een voorbeeldfunctie zijn voor de Genkse werkgevers?"
3- Rudi, afdeling dienstverlening: "hoe kan de stad en OCMW met een kwalitatieve dienstverlening naar de burger komen?"
4- Dirk, afdeling samenleving: bewust maken van deelname aan het dagdagelijks leven in de wijken, eigen verantwoordelijkheid.
5- X , afdeling vrije tijd: "hoe meer Genkenaren bereiken met het stedelijk vrijetijdsaanbod?"

Galerij

dinsdag 13 december 2011

KAV gebruikt Lets om ontmoeting, gemeenschapsvorming en sociale integratie te stimuleren

Vrouwen voor Vrouwen: lokaal geld inzetten voor gemeenschapsvorming

Thema: Sociaal-cultureel handelen
Praktijkvoorbeeld

Via het inzetten van LETS (Local Exchange and Trading Systems) of timebanking wilde de KAV ontmoeting en gemeenschapsvorming stimuleren tussen vrouwen van verschillende generaties en de sociale integratie in de buurt bevorderen.

Inhoud


'Vrouwen voor vrouwen' was vooral gericht op de doelgroep van de jonge en van de allochtone vrouwen. In een eerste fase wilde men met een aantal lokale projecten experimenteren om ervaring op te doen. Het project kreeg vorm na lezing van een artikel in de Socius-publicatie 'De Grond-wet. Veranderkracht van lokale gemeenschappen in het licht van duurzame ontwikkeling' (WISSELwerk-cahier ' 09 - 2009).

Eerst werd een stuurgroep opgericht met, naast een aantal educatieve krachten en stafleden van KAV, ook de coördinatrice van LETS Vlaanderen vzw en een medewerkster van het Bewegingsproject die in Limburg ook met dergelijke experimenten bezig zijn. Na een grondige verkenning van het LETS-systeem en de concrete werking ervan, bakende men een aantal experimenten af. Men wilde in eerste instantie starten in Schoten, Aalter en Kessel-lo. De groep in Schoten was na enkele bijeenkomsten startklaar en wordt verder opgevolgd door Lets-Vlaanderen. Ook het experiment in Aalter verliep succesvol. Het experiment in Kessel-lo, vooral gericht op allochtone vrouwen, liep uiteindelijk op niets uit. In Vilvoorde wordt nu een nieuw experiment ondernomen.

De experimenten toonden KAV aan dat het sociaal-cultureel werk en de LETS-methode elkaar aanvullen: “het is een uitstekend middel om mensen op een andere manier te benaderen en zo niet alleen tegemoet te komen aan hun behoefte aan dienstverlening, maar hun lokaal netwerk tegelijkertijd stevig te vergroten en op een laagdrempelige manier kennis te maken met de troeven van het verenigingsleven”.

KAV is eind 2011 op zoek naar nieuwe middelen om het experiment verder te zetten met nieuwe groepen. Drie afdelingsbegeleiders blijven de nieuw gestarte groepen opvolgen. In afwachting daarvan gaat de KAV ook na of er met een meer vereenvoudigde ruilmethode jonge vrouwen met beperkte financiële middelen kunnen bereikt worden. Men zoekt hiervoor contact met 'Kind en Preventie'. Daarnaast wordt ook bekeken of de verschillende afdelingen diensten kunnen uitwisselen.
Wordt ongetwijfeld vervolgd...

Moderne ruilhandel zit in de lift (De Morgen, 15/11/'11)

Huisje van Overvloed

Ook vlak voor de feestdagen scheert ruilhandel hoge toppen!

Weggeefwinkel opent deuren

Huisje van Overvloed
Dit jaar kan je tijdens de kerstperiode gratis een cadeautje gaan uitkiezen. Bedoeling is onze overvloed te delen, samenhorigheid te versterken en het milieu te sparen.

Wie kent dat niet? Van die spulletjes die al jaren onaangeroerd in of op de kast staan, zaken waaraan je gehecht bent maar die je nooit gebruikt of cadeautjes waar je niets mee bent. Er is goed nieuws: je kan er iemand anders blij mee maken!!

Breng ze binnen in de weggeefwinkel (kringloopprincipe) en bouw mee aan dit initiatief waar iedereen beter van wordt (enkel draagbare spulletjes).
delen

Op zaterdag 10, 17 of 24 december kan iedereen een cadeautje uitkiezen. Voor een geliefde, voor zichzelf, of zelfs -waarom niet- voor een wildvreemde. Het is fijn als je die dagen iets meebrengt dat je zelf graag schenkt, zo blijft het winkeltje voor iedereen draaien.

Brouwersstraat 47
3000 Leuven
OPEN:
10 dec: 10-17u
17 dec: 10-17u
24 dec: 10-15u

Binnenbrengen:
kan telkens de winkel open is
en op woensdag 14 december van 11-13u en van 17-19u
of na afspraak
016 23 27 22

Of hoe alternatieve economie mensen bij elkaar kan brengen

Blog van zaterdag 26 november: "Grieken gaan over tot ruilhandel".


Nu blijkt echter dat ook bij een aantal Vlamingen het ruilen al een tijdje 'in' is. Nu het slechter gaat met onze economie, zoeken mensen steeds vaker naar een alternatieve manier om aan handel te doen. Wij hebben een monocultuur. 1 soort geld en 1 instelling: de bank. Gaat het daar niet goed mee, dan gaat alles slecht! En in alle recessies is er minder gewoon geld beschikbaar. Dus hoe meer alternatieven voor geld, hoe beter! Het is echter goed/leuk/voordelig om ook te ruilen als er geen crisis is. Je kan sociale contacten opbouwen, deze onderhouden en er nog veel voordeel uithalen ook!

Enkele voorbeelden van zulke ruilhandel kwamen aan bod in de Koppen-uitzending van 8 december 2011 (http://www.een.be/programmas/koppen/naar-een-alternatieve-economie), nl. Torekes, Letsen en Swappen. Maar wat houden deze termen eigenlijk in?

Torekes
In de wijk Rabot-Blaisantvest in Gent beloont men inzet voor mooie straten, propere pleinen of een beter milieu met een eigen munt: het Toreke. De biljetten van 1 en 10 Torekes zijn echt iets waard. De bewoners kunnen er brood, groenten en fruit, maar ook spaarlampen mee kopen in de wijk. Op die manier wordt de wijk netter, groener en leuker en tegelijk krijgen de buurtwinkels een duwtje in de rug doordat de Torekes lokaal gebruikt worden.


Letsen
Het LETS-systeem ontstond in de jaren ’80 in Canada. Door een opstoot van werkloosheid in de stad Counterbay verdienden de mensen er niet langer genoeg om te voorzien in hun dagelijkse behoeften. Daardoor begonnen ze goederen en diensten met elkaar te ruilen. Ze deden dit volgens een welbepaald systeem dat LETS werd gedoopt. LETS staat voor ‘Local Exchange Trading System’
 of op z’n Nederlands ‘lokaal uitwisseling- en ruilsysteem’

Mensen die ‘letsen’ organiseren zich in lokale ruilkringen waarbinnen ze goederen en diensten met elkaar ruilen. Er komt geen euro aan te pas, wel werkt men met een soort puntensysteem waardoor de leden ruilkrediet kunnen opbouwen. Dat ruilkrediet heeft als voordeel dat de ene dienst niet onmiddellijk ‘verloond’ moet worden door een wederdienst.

Een ‘letser’ kan bijvoorbeeld ruilkrediet opbouwen als kinderoppas bij persoon X, maar dat krediet pas later uitgeven voor een timmerklus uitgevoerd door persoon Y uit dezelfde ruilkring. Concreet: Lien verstelt de broek van Tim. In ruil doet Tim de boodschappen van Gonda, terwijl Gonda strijkt voor Roger. Later herstelt Roger Liens fiets. Zo werkt LETS. Een aangenaam bijverschijnsel van letsen is dat je steeds in aanraking kom met andere mensen, die allemaal één ding gemeen hebben: ze ontmoeten graag anderen, ook mensen met een erg verschillende achtergrond.

Sinds het ontstaan van het systeem in Canada, is LETS aan een wereldwijde opmars bezig. Ook in België. De eerst Belgische LETS-ruilkring werd opgericht in 1994 in Leuven. In Genk bestaat dit echter nog niet!

(http://www.letsvlaanderen.be/)

Swappen
Dit omvat het ruilen van kleding, schoenen en accessoires op een daarvoor voorziene avond op een daarvoor voorziene plek. Een goede manier dus om je kleerkast op te ruimen, dingen weg te doen die je niet meer draagt en met heel wat leuks terug naar huis te komen zonder geld uitgegeven te hebben! Hiernaast is het gewoon leuk voor een ladiesnight-out! Bij het binnenkomen worden de ingeleverde items samen met een professionele styliste gecontroleerd. Zij beoordeelt ze op kwaliteit en geeft je hiervoor SWAP-dots naar gelang de ruilwaarde. Alle kleding wordt op rekken gehangen en ieder kan zijn favoriete items passen. Hierna is het Time to Swap ! Ben je de enige die een bepaald stuk wilt, dan krijg je het meteen mee. Als er zich meerdere nieuwe eigenaars aanbieden wordt het item geveild (fashion finds zijn enkel te claimen met Swap-dots, niet met echt geld).



maandag 12 december 2011

Ontmoeting rond de Denktafels!


Sinds 2009 organiseren vrijwilligers van het project 'De Genks' ontmoetingen met stadsgenoten. Ze bespreken er hoe sterk het cement tussen de Genkenaren vandaag is en vragen aan de Genkenaren wat zij zelf kunnen en willen doen om dit nog te verstevigen. Zo organiseerden 'De Genks' 900 gesprekken met 3200 Genkenaren over het samenleven in de stad. Via deze gesprekken is er meteen heel wat informatie verzameld over hoe de Genkenaren vandaag naar hun stad kijken. In de eenmalige krant ‘De Genksenaar’ kan je een samenvatting van deze gesprekken lezen.

In 2011 zetten De Genks een stap verder. Ze kiezen voor 2 acties: nieuwe stadsgesprekken door 'De Uitdagers' (zie blogbericht 12 november 2011) met Genkenaren en denktafels voor experts over samenleven, vrije tijd, werk, onderwijs en dienstverlening die dieper ingaan op wat de Genkenaren in de stadsgesprekken aanhalen.


Op de eerste ontmoeting rond deze denktafels op donderdag 8 december 2011 waren Eline en ik samen met nog een 40-tal anderen aanwezig, waaronder politici, medewerkers van Stad Genk, enkele Uitdagers en mensen uit de dienstverleningssectoren. De bedoeling van de avond was de 5 verschillende thema's bediscussiëren, ze linken met elkaar en oplossingen hieromtrent formuleren.

We startten met een kennismakingsspel gevolgd door een uitleg van exact 7 minuten aan elke denktafel waarbij gewerkt werd met een dooschuifsysteem. Wanneer iedereen aan elke denktafel geweest was, mocht ieder een thema kiezen dat hem/haar het meest interesseerde en aan deze tafel gaan zitten. Ik koos voor samenleven daar dit een basisbegrip is binnen mijn ontwerp. We mochten een aantal bedenkingen naar voren brengen waar over gediscussieerd werd. Ikzelf heb cohousing, de milieuproblematiek van Genk-Zuid en de hagenpremie van Stebo aangebracht. Het cohousing idee werd goed onthaald door de groep en Véronique van de Dienst Ruimtelijke Ordening en Dirk van de Dienst Wijkontwikkeling (alsook voorzitter van de denktafel Samenleven) gingen deze optie zeker meenemen. Het probleem ivm de zware metalen in de lucht werd bevestigd maar er werd ook aangehaald dat de bedrijven en de stad hiermee reeds actief bezig zijn. Het kan wat mij betreft echter altijd nog actiever en meer doelgericht! De hagenpremies dienen om terug wat meer groen in het straatbeeld te creëren. Dus in plaats van hekken of stenen ommuring, frisser groene hagen. Dit op zich is een positieve actie maar omheiningen wegwerken zou volgens mij voor meer communicatie tussen bewoners kunnen zorgen. En deze kleine ontmoetingen zijn van groot belang om het gemeenschapsgevoel te versterken. Dit werd reeds bevestigd tijdens de vele gesprekken die gevoerd werden met bewoners van Genk. Hiernaast is 'het bouwen van bruggen' tussen verschillende wijken en reeds bestaande gemeenschappen/organisaties in Genk iets waar aan gewerkt moet worden. We moeten zoeken naar dingen die iedereen aanbelangen. Dirk gaf het voorbeeld van de kinderopvang in Sledderlo. Het was iets waar vraag naar was door alle mensen met jonge kinderen, los van etniciteit of geloofsovertuiging. Deze plaats herbergt dan ook kinderen en medewerkers van alle sociale achtergronden. Een goed voorbeeld dus van zo'n brug die gebouwd moet worden met respect voor elkaars eigenheid, religie en cultuur. Een laatste punt dat gemaakt werd ivm samenleven ging over 'het zich eigenaar voelen' van hun wijk en zich hierdoor verantwoordelijk opstellen naar de wijk toe, zodat elke inwoner zich intrinsiek gemotiveerd voelt om zorg te dragen voor zijn wijk en problemen durft aan te kaarten bij de stad.

Hierna wisselden we van tafel waardoor ik bij 'Werk' terechtkwam. Ook hier werden interessante dingen aangekaart, doch iets minder toepasbaar op mijn ontwerp. Na het gesprek rond deze denktafel kregen we de kans om enkele vragen te formuleren zodat deze konden worden meegenomen bij de verdere uitwerking van de denktafels.

De 2 vragen die ik achterliet met betrekking tot de milieuproblematiek waren: 
"Hoe de milieuproblematiek prioritair aanpakken zonder verlies van banen?"
"Hoe de stadsvlucht verminderen/vermijden? Focus op gezond leven, wonen en werken."

Ik vond het een zeer nuttige en interessante avond voor wat mijn ontwerp betreft maar de problemen die aangekaart werden, belangen me ook als Genkenaar sterk aan. Het gaf me een stevige motivatieboost doordat ik des te meer besefte dat mijn ontwerp een verschil zou kunnen maken voor het gemeenschapsleven en samenhorigheidsgevoel in Genk. Ook waren heel wat andere deelnemers van de denktafels geïnteresseerd in ons project. Eén vrouw hebben we (op haar vraag) ons blogadres doorgegeven en Dirk, de voorzitter van denktafel 'Samenleven', wilde graag op de hoogte blijven van onze vorderingen en ideeën. Een geslaagde avond dus!

zondag 27 november 2011

Milieuproblematiek

Cohousing in Genk leek me een goede manier om mensen samen te brengen, om een gemeenschap te creëren. Ik wou echter ook de nadruk leggen op 'het samen creëren van iets'. (coöperatieven) Hiertoe dacht ik aan een grote gezamenlijke moestuin die zich tussen de huizen zou bevinden. Samen zorgen voor een goede oogst en voor goedkoop lekkere, gezonde groentjes op je bord! 

Hier wringt nu echter het schoentje. Er is namelijk een serieuze milieuproblematiek in Genk-Zuid (het gebied in Genk waar ik 4 dagen heb rondgewandeld). De vele fabrieken die er gesitueerd zijn, stoten heel wat fijn stof uit. In dit stof bevinden zich zware metalen die de inwoners van Genk en omstreken inademen. Deze metalen worden opgenomen in het bloed en kan schade aan het erfelijk materiaal (neurologische problemen, niet zwanger worden, verminderen van gevoelens, ...) en het ontwikkelen van kanker tot gevolg hebben. Nu is het zo dat heel Vlaanderen  gezien kan worden als een zwarte vlek in Europa als het aankomt op de hoeveelheid fijn stof en zware metalen in de lucht. Genk is echter nog net iets zwarter. Nemen we als voorbeeld Chroom. 3 ng/m³ is de toegelaten hoeveelheid. In Genk is er sprake van 212 ng/m³! Dit is een gigantische hoeveelheid die elke dag wordt ingeademd door de inwoners van Genk. Ook kruipt dit stof in de grond/het grondwater met als gevolg dat de groenten in de tuin ook zeer veel zware metalen bevatten. Het is dus eigenlijk vergif dat je binnenkrijgt wanneer je ze opeet. Tot zover dus het idee van een gezamenlijke moestuin... 

Een cohousing complex bouwen in Genk-Zuid is op dit moment dus geen optie. Maar uiteindelijk lijdt heel Genk en zelfs heel Vlaanderen onder deze problematiek. Zich gezond en veilig voelen op de plek waar men woont is wat mij betreft de basis van waaruit je een goed leven uitbouwt. Als deze basis al bedreigd is, welke consequenties heeft dit dan voor de levenskwaliteit van mensen? Er moet dus dringend iets aan deze problematiek gedaan worden. Hiertoe moeten we niet de symptomen aanpakken door de mensen uit Genk-Zuid te laten verhuizen. Hierdoor ontstaat namelijk een 'getto' (wat Sledderlo en Kolderbos eigenlijk al een beetje zijn) en worden het spookwijken met veel leegstand waar enkel nog mensen wonen die niet anders kunnen omwille van financiële beperkingen.

Het luchtvervuilingsprobleem moet ter sprake gebracht worden bij familie, vrienden, in de media, ... En we moeten in actie komen! Het stadsbestuur zou eisen moeten stellen aan de bedrijven die in Genk-Zuid gevestigd zijn. Deze bedrijven kunnen bijvoorbeeld filters in hun schoorstenen plaatsen die voorkomen dat er te veel schadelijke stoffen in de lucht terechtkomen. Dit kost echter veel geld waardoor deze bedrijven (en de burgemeester) hier niet om staan te springen. Enkel genoeg druk kan ervoor zorgen dat de bedrijven dit uiteindelijk toch doen. En die druk kunnen wij zetten! Als we het niet voor onszelf doen, dan wel voor onze kinderen die in deze steeds vuilere lucht moeten opgroeien met de consequenties die eraan verbonden zijn...



zaterdag 26 november 2011

Grieken gaan over tot ruilhandel




De economische crisis slaat hard toe in Griekenland. Mensen verliezen hun baan en studenten met een universitair diploma vinden geen job waardoor vele Grieken met geld tekort kampen. "Time is money" wordt daarom nu zeer letterlijk genomen. De Griekse bevolking helpt elkaar of leert elkaar dingen in ruil voor hulp op een ander vlak. De ene persoon biedt dus zijn tijd aan in ruil voor wat tijd van een ander. Het is voor de Grieken een goede manier om om te gaan met de crisis. Iedereen zit in hetzelfde schuitje en hiertoe helpen ze elkaar. Het is een mooie manier om te ontvangen door te geven. Dit geven slaat niet enkel op hulp bieden maar ook op het geven van steun en comfort aan elkaar. Het geeft het gevoel dat men toch íets kan doen.

Op educatief vlak kan je dit vergelijken met de École Mutuelle, een onderwijssysteem waarbij de leerlingen elkaar onderling onderwijzen. Men maakte gebruik van een ingenieus systeem waarbij de leerlingen altijd actief en nuttig waren. Op ieder moment leerden ze zelf iets, of maakten ze zich nuttig voor het onderwijs aan jongere leerlingen. Het principe "Ik leer jou dit en jij leert me dat" stond er centraal.

Dit is een zeer interessante manier van denken/leven waarbij je werkt voor jezelf én de gemeenschap. Zeker in tijden van crisis wakkert dit het gemeenschapsgevoel aan en biedt het een manier om spaarzaam te leven.

Dossier Cohousing

Wat als wonen nu een manier was om mensen vanuit een bredere basis terug bij elkaar te brengen, om aan gemeenschapsvorming te doen? Volgend artikel gaf me alvast een idee van het concept 'cohousing' en bracht me aan het denken.




Co-wat?
Cohousing, groepswonen of samenhuizen is een vorm van gemeenschappelijk wonen waar verschillende  mensen een eigen privéwoning met alle nutsvoorzieningen (keuken, badkamer) hebben, maar waar er ook gemeenschappelijke ruimtes zijn waar de bewoners kunnen samenkomen. Dat kan gaan om een eet- of feestzaal, een keuken, gastenkamers, een kinderkamer, een hobbykamer, een zithoek, bergruimte, een fietsenstalling, een wasruimte en een tuin.

Voor- en nadelen
  • Praktische voordelen voor bewoners:

Onthaasten, kinderopvang, delen van infrastructuur en middelen, delen van kennis en vaardigheden en hogere levenskwaliteit en gezondheid. 

  • Maatschappelijke meerwaarde: 

Het speelt in op veroudering, verzuring en vereenzaming in de maatschappij. Het biedt ook financiële voordelen, zowel in de aanloop- als in de bewoningsfase (alsook voor de investeringswaarde van de woonst). Cohousing zorgt er ook voor dat waardevolle gebouwen bewaard blijven, dat stadsdelen vernieuwd worden, dat ruraal gebied geherwaardeerd wordt en dat het woningpark beter benut wordt. 

  • Ecologische meerwaarde:

Samenhuizers wonen compacter en gebruiken minder open ruimte.Het delen van gemeenschappelijke voorzieningen levert bovendien een grote energie- en waterbesparing op. Hoewel de bewoners bewust samenleven, is de garantie op privacy van heel groot belang. Daarom wordt op architecturaal en organisatorisch vlak vaak alles door de groep besproken en ontworpen. Er komt dus veel vergaderen aan te pas. Hoe groter de groep, hoe meer zorg en tijd aan communicatie en overleg moet besteed worden. De confrontatie met andere waarden kan daarbij wrijving geven, maar ook verrijkend werken. 

  • Praktische problemen:

Omgaan met gemeenschappelijk en privé-territorium, met elkaars kinderen, huisdieren,
nachtlawaai,… Een te grote of te kleine cohesie kan ervoor zorgen dat niet iedereen er zich goed bij voelt. Of de sociale controle kan als een druk ervaren worden (op de individuele gedragingen en de relaties binnen het gezin).

Waar komt het vandaan?
Het cohousingmodel komt overgewaaid vanuit Scandinavië. Denemarken telt vandaag ruim
400 cohousingprojecten die samen zo’n 50.000 bewoners huisvesten. Zweden heeft 2.000 woongemeenschappen, en in Nederland wordt het aantal geschat op meer dan 10.000. Dat succes is zeker ook te danken aan de samenwerking tussen particuliere groepen en de woningbouwcorporaties voor sociale woningen.

Knelpunten
- Het samenbrengen van een goede groep (groot engagement nodig) en een visie opstellen
- Ontwerpen en bespreken van een project neemt veel tijd in beslag
- Een geschikt pand/ bouwwerf vinden
- Veel aandacht besteden aan de keuze voor en opmaak van een juridische structuur, het      betrekken van bescheiden inkomens en de (voor)financiering van het project
- Goede relatie met de lokale overheid
- Telkens weer zaken uitzoeken en telkens weer oplossingen uitdokteren voor nieuwe  problemen

Belangrijke kanttekening!

Volgens berekeningen in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen heeft Vlaanderen in de periode 2007 tot 2012 zowat 100.000 extra woningen nodig. Dat is het gevolg van het stijgende aantal inwoners en gezinnen. Daarbovenop werd de prijs van een bouwgrond in Vlaanderen tussen 2000 en 2009 vier keer duurder. De prijs van woningen steeg met 120 procent, huurprijzen stegen in dezelfde periode met 30 procent.

Cohousing kan een goede oplossing bieden maar het beleid is hier echter nog steeds niet op afgestemd!


dinsdag 15 november 2011

Ideeën uit The Cosmopolitical Proposal

De idioot is degene die de ander doet vertragen, die weerstand biedt aan de gewone manier waarop we de situatie voorstellen. Hij biedt weerstand tegen de aanbieding van hoe situatie eruit ziet. De idioot houdt dus onze mobilisering tegen. Dit doet hij niet zozeer omdat de presentatie van de situatie (frame) vals zou zijn, of de urgenties naarwaar verwezen worden leugens zouden zijn maar de idioot is de belichaming van de opmerking/vraag ‘there is mabybe something more important’.  Je kan hem echter niet vragen ‘waarom’. De idioot is dus eerder een aanwezigheid/interstice (onderbreking). Je kan hem wel vragen wat belangrijker is maar hij weet het niet.

Het Cosmopolitieke voorstel =vatbaar voor misverstaan in de zin dat het een soort voorstel zou zijn die zou toelaten naar een gemeenschappelijke goede wereld te evolueren. --> een gemeenschappelijke wereld tot stand brengen. De constructie ervan vertragen = de idee!

Genk: We zijn geneigd aan te nemen ‘wij hebben goede wil, willen je helpen, maar je moet ons zeggen wat er scheelt, wat er belangrijk is’. Maar niet alles kan gezegd worden! De idioot spreekt niet uit zichzelf. Wij dachten dat we wisten wat in Genk gebeurde. Blijkbaar is er toch iets wat niet spreekt, de idioot, we weten niet wat het is. Deze doet ons aarzelen, waardoor we niet meteen zeggen ‘en nu gaan we dat doen!’. Het doorbreekt onze zelfzekerheid.


Ik herken dit bij mezelf. Ik had meteen een hele hoop praktische ideeën en toen ik me nadien de vraag stelde of ik het wel zo goed wist, werd ik geconfronteerd met een onzeker antwoord. Ik kan nu dus best eerst kijken waar ik momenteel sta en hoe ik moet verdergaan. Ik mag me niet de vraag stellen ‘Waar zijn we mee bezig?’ want dit opent een grond van goede redenen die ik heb bij mijn handelen.

Dé vraag: Hoe knn we de idioot macht geven om ons aan het denken te zetten? Hoe wekken we de dingen tot leven zodat die ons aanzet om dingen te doen?

Designing = art of staging. Niet van burgers die elk hun eigen opinie komen vertolken. Idioot heeft geen opinie, dus die zullen we nooit horen. Niet iedereen zn mening laten zeggen want dan vergeten we de idioot. Wél rollen verdelen.
--> Wat met mijn geplande interviews?

Het verlangzamen maakt het mogelijk dat er een nieuw antwoord kan komen. Dat je iets nieuws kan bedenken. Voor jezelf verhinderen dat je te snel komt bij ‘en dus’. Jezelf verzwakt zodat je open staat voor nieuwe dingen. Het is niet vanuit het argument van urgentie. Het gemompel van de idioot doet de urgentie niet weggaan maar stelt de ‘en dus’ even uit. Precies dit maakt de creatie van iets nieuws mogelijk zonder de garantie van beter maar precies vanuit jezelf, van wat je zelf denkt.

"Over Genk denken in de aanwezigheid van Genk."
Genk

maandag 14 november 2011

Cartografie en stappen als vormen van pedagogisch onderzoek

Tijdens de seminaries rond cartografie en stappen werd me duidelijk dat pedagogisch onderzoek ook een vormende betekenis heeft voor de onderzoeker zélf!

Op basis van ‘welke prijs zijn we bereid te betalen voor de toegang tot de waarheid?’ontstaan er 2 opvattingen over (pedag.) onderzoek:
  1. (Verwerven van) Kennis geeft toegang tot de waarheid. Om deze te verwerven moet je je aan een aantal regels houden. De onderzoeker betaalt een prijs voor de waarheid.
  2. Transformatie van het zelf. Wil je tot waarheidspreken komen, moet je jezelf veranderen.
In de 2e traditie blijft de onderzoeker niet meer buiten spel in tegenstelling tot traditie 1 waar hij zich moet onderwerpen aan de methode. Eerst zorgen voor jezelf, vooraleer je kan zorgen voor anderen. (Alcibiades, Socrates) Deze transformatie van het zelf is nodig om tot geldige kennis te komen/pedagogische rol op te nemen.

Praktische oriëntatie mbt Genk
: aanleveren van een toetssteen, aandachtig maken (≠ zicht hebben op dingen die voor gewone mensen onzichtbaar zijn en jij deze naar de opp brengt) Je nodigt mensen uit om aandachtig te worden. (interviews!) De blik proberen te richten op dingen die we niet zien omdat ze te dichtbij zijn. Tot ‘inkeer’ komen= aandachtig worden voor datgene waar we geen aandacht voor hebben.
  • Schrijven en kijken is van cruciaal belang in het onderzoek zelf! Het schrijven zelf maakt deel uit van het onderzoek.
Tekst Latour: Zelf een manier om de werkelijkheid tot spreken te brengen.
Ervaringsboeken: het boek is zelf een onderzoeksproces. Poging tot ontsubjectivering.

  • Wandelen/stappen als vorm van studie
De Certeau: het lezen van de stad als je kijkt naar dagelijkse praktijken
Masschelein: in hoeverre is stappen een vorm van pedagogisch onderzoek? Het impliceert een bepaalde pedagogiek.


Cartografie & morfologie!! (in gedachten houden bij het ontwerpen van coöperatieven)

Latour wijst er in zijn tekst 'reassembling the social' op om 'ad libitum writing trials', dus spontane gedachten en ervaringen, te noteren anders gaan deze verloren. Onderzoek ligt werkelijk in het schrijven. Dit IS het onderzoek en dit zal dan ook het resultaat zijn. Het inzicht moet in de tekst/beschrijving zitten. Onderzoek is het werken aan de teksten. Vandaar ook het belang van notities, blog, methode, framework...  

Hiernaast legt Foucault in zijn tekst de nadruk op schrijven VANUIT de ervaring, niet OVER de ervaring. Dus ook hier gaat het over de transformatie van het zelf en de ander! --> Mijn werk/studie doet mezelf er anders over denken en ook anderen mogelijk veranderen. Er wordt wel degelijk iets aan het licht gebracht. Ook bij Labo gaat het over 'Genk vanuit een ervaring'.

Genk ervaren voelde niet als wandelen door een stad, noch door een dorp. Hier wil ik graag dieper op ingaan, uitpluizen hoe dit juist komt. Ik vermoed dat het van belang is voor mijn visie op Genk en dit gaat daardoor mijn ontwerp hoogst waarschijnlijk mee bepalen. Latour wil via zijn site 'Paris: ville invisible' (http://www.bruno-latour.fr/virtual/index.htmlParijs een materialiteit geven. Via internet deze stad tastbaar maken. Hij wil ons laten zien dat internet niet enkel iets is dat ons vervreemd van de realiteit. Hiervoor creëert hij een platform waar je als bezoeker ingezogen wordt. 

"Een platform creëren waar je als Genkenaar ingezogen wordt!" 



zaterdag 12 november 2011

Vormen van spreken

Tijdens het seminarie van Stefan Ramaekers over 'vormen van spreken' werden teksten uit 2 boeken behandeld:

  1. 'De lichtheid van het opvoeden - Een oefening in kijken, lezen en denken' door Jan Masschelein
  2. 'Interviews' - An introduction to qualitative research interviewing' door Steinar Kvale.


De 1e tekst handelt over het spreken van de pedagoog. Wat zeg je als je spreekt en wat breng je ter sprake? Er wordt ook de vraag gesteld naar hoe we een stem aan iemand (die geen stem heeft) geven. Stengers stelt zich in The Cosmopolitical Proposal dezelfde vraag maar met de nadruk op 'de idioot' als subject: Hoe geef je de idioot die niet spreekt/kan spreken een stem? Voor veel mensen wordt de situatie namelijk voor iemand gedefinieerd. Hier kan ik de link leggen met het initiatief van De Uitdagers. Aan de hand van babbelstoelen en het willekeurig aanspreken van mensen werd er gesproken. Hierdoor heeft ook een stukje Genk gesproken.

Scènes uit de film 'Le Fils' van de broers Dardenne werden aan het spreken gelinkt. Enerzijds is er sprake van een functionalistische vorm van spreken, spreken om iets te weten te komen, dat iets afsluit (closure) en dus ook een spreken dat iets 'opent'. Anderzijds is er een spreken dat recht wil doen aan de situatie (ethische houding).

Vooral het spreken vanuit ‘het gegrepen zijn’ sprak me aan. In 'Le Fils' krijgen we de indruk dat Olivier gegrepen wordt door iets, maar we weten niet wat. Er is een spreken vanuit de bereidheid zich te verwonderen én de wil om voortdurend te beoordelen, los te laten.
Ook ik laat me nog regelmatig verwonderen door Genk. Onze 6-daagse is hier het perfecte voorbeeld van. Want ondanks dat ik al mijn hele leven in Genk woon, heb ik nieuwe dingen ontdekt. Genk heeft me verwonderd tijdens mijn wandelen, tijdens de gesprekken met de prof en studenten nadien en doorheen mijn eigen spreken. Nu nog altijd. Er is ook de nieuwsgierigheid naar meer. Waartoe is Genk in staat en welke rol kan ik hierin spelen?

Volgens Nancy bestaat de wereld uit bezigheden die een ‘iets’ tot object hebben (Ik-het). De wereld wordt vanuit een afstand bekeken, als te observeren object. Geadresseerd spreken. Ervaren. Cognitief. Rustig zijn.

Hier tegenover staat een stichten van de wereld (ik-jij). Een netwerk van relaties. Iemand ontmoeten. Ervaring kan men onmogelijk beschrijven. Alleen van getuigen = zich inlaten met en ingaan op wat zich aandient. Het spreken is een aanvaarding van aangesproken worden. O
penen op wat toe-komt. Spreken dat wordt gekenmerkt door een onvermogen van zwijgen. De vraag nodigt ons uit om de wijze waarop we ons vandaag gedragen niet vanzelfsprekend te vinden. Ongeadresseerd spreken. Relationeel. Vervreemd zijn.
Vaak spreken we ‘over’ de wereld als een taal waardoor we onszelf niet in het spel moeten brengen. Alles is voorspelbaar. Dit veronderstelt een bepaalde houding. Op het moment waarop we oog in oog staan met de wereld is dat wat we altijd vanzelfsprekend hebben geacht ineens niet meer vanzelfsprekend.

De tekst van Kvale over interviews is van een andere aard. Ze is meer bedoeld als methodologische tekst en geeft een basis over narratief onderzoek. Niet onhandig als ik mensen wil bevragen en dus een mini-interview op poten wil zetten.

Inter-view --> ‘tussen’. Losmaken, openstaan, ontmoeten, …  moet geplaatst kunnen worden binnen het interview.Een interview is een constructieplaats van kennis, een tussen-kijk, uitwisseling van standpunten tussen personen die aan het converseren zijn over een thema of gedeelde interesse.
  •         Conversatie als mutual interest, dat voor beiden van belang is. Inter-esse= een tussen-zijn. Dat wat van mutual interest is, hoeft niet van tevoren vast te liggen. Bij narratieve interviews wordt het (narratieve constructie v identiteit) pas gaandeweg duidelijk. Ze krijgt mee vorm doorheen het interview.
  •         Transformatie. Een goed interview is een interview dat zowel onderzoeker als onderzochte transformeert. leren! Een transformatie teweegbrengen = raken/veranderen.
  •     Conversatie = vorm van interview. We hebben verschillende vormen van conversatie in ons dagelijks leven.

Bijeenkomst 27okt en een 1e kennismaking met 'De Uitdagers'!

Ik zat al een tijdje met een wrang gevoel over onze observatie in Genk en de conclusie die we hieruit getrokken hebben. Ok, we hebben weinig mensen gezien. Maar is dit ergens niet een beetje logisch? We hebben voornamelijk tussen 9u en 18u geobserveerd, volwassenen zijn werken en kinderen zijn naar school. Wat als we veel volk hadden gezien? Trokken we dan niet de conclusie dat er veel werkloosheid en spijbelaars zijn in Genk? Daarom zou ik graag Genk nog eens willen observeren op andere momenten. 

Toch is het algemene gevoel dat we hebben wel juist denk ik. Maar de twee kunnen langs elkaar bestaan. Het gevoel dat mensen zich afsluiten in contrast met momenten waarop er wel volk is zoals tijdens de donderdagsmarkt, Genk on stage, in de winkelstraat, ... Wie komt hier naar toe en waarom? Wat zijn hun motieven om letterlijk 'hun huis uit te komen'?
Hiertoe leek het me leuk om mensen te bevragen hierover om erachter te komen wat er leeft bij de mensen en waarvoor zij hun huis wel of niet uitkomen. Toen ik dit idee deelde met mijn mama, wees ze me op een artikel dat ze gelezen had over 'De Uitdagers'. Een groep vrijwilligers die 'het cement' van de Genkenaren willen versterken. Hiertoe zijn ze ook mensen van verschillende wijken, geslachten, leeftijden en roots gaan bevragen en dit op een wel erg originele manier, nl. met babbelstoelen. De uitdagers nodigden voorbijgangers uit om op deze stoelen kennis te maken met een Genkenaar die ze nog nooit eerder ontmoetten. Enkele startvragen en een lekker koekje erbij mondden uit in een boeiend gesprek dat heel wat nuttige informatie opleverde.

Dit initiatief resulteerde in 5 denktafels die nu verder uitgewerkt worden:

1. Werk, kan de stad een voorbeeldfunctie zijn voor de Genkse werkgevers?
2. Onderwijs, hoe kunnen de ouders zich meer inzetten voor taal en talenten van de scholieren?
3. Dienstverlening, hoe kunnen de stad en OCMW met een kwalitatieve dienstverlening naar de burger komen?
4. Vrije tijd, hoe meer Genkenaren bereiken met het stedelijk vrijetijdsaanbod?
5. Samenleven, hoe Genkenaren bewust maken om deel te nemen aan het dagdagelijks leven in de wijken?


Het idee om me te focussen op leven en werken wordt ineens wel heel concreet gemaakt. Het is volgens mij goed om op de hoogte te blijven van hun activiteiten, inspanningen en uitkomsten. Dit mag echter in geen geval mijn creatief denkproces blokkeren in die zin dat ik me meer hier door ga laten leiden dan door mijn ervaringen met Genk zelf. Ik ga blijven lezen, mensen contacteren, rondwandelen in Genk en met anderen van gedachten wisselen om dit te garanderen.
stalen_1.jpg

maandag 31 oktober 2011

Een samenvatting n.a.v. het overleg op 21/10

Migratieproblematiek was het idee! Nu zijn we van die vraag afgestapt omdat we hiermee niet geconfronteerd werden in Genk. 

Focus nu:
Mensen komen niet meer buiten tenzij voor datgene waarvoor ze zelf buiten moeten/willen zijn! Om hun behoefte te bevredigen. Als ik kijk naar mezelf en mijn omgeving --> In welke mate zijn studenten vandaag nog bereid om buiten te komen? Dit trek ik door naar de opdracht voor het vak labo. Ik ga nu even niet meer vanuit mijn pure behoefte naar buiten, niet meer rekenen in punten of voldoen aan verwachtingen. Maar wel omwille van dat waarmee we bezig zijn, waar ik voor wil gaan. En dat is een volkshuis ontwerpen in Genk, een uitdaging!

In het overleg werd de vraag gesteld: Wat is pedagoog zijn? Hoe wil ik dit invullen? Wat is de rol van de pedagoog in deze samenleving? In elke academische opleiding kan je niet buiten de conditie waarin je werkt. Je kan geen pedagoog zijn zonder je af te vragen wat een pedagoog nu eigenlijk is.

Ik ben de enige in de groep die niet voor pedagoog studeert. Zou dit in mijn nadeel kunnen spelen? Ik doel dan op mijn manier van denken... Educatieve Studies leunt echter sterk bij Pedagogie aan én ik ben ontzettend gemotiveerd om ervoor te gaan. Het kan natuurlijk geen kwaad de dingen wat meer vanuit een pedagogisch standpunt te bekijken... Misschien eens regelmatiger gedachten delen met mijn labo-collega's.

Wat biedt de Wire ons?
Het gaat erom om zichtbaar te maken wat al in het zicht is. Niet een bewustmaking van de betrokkenen omdat deze zich al bewust zijn van de situatie. Het is eerder ‘soft eyes’ tot stand brengen. Doordat Keema herhaaldelijk teruggaat naar de plaats van Crime kan ze dingen zien die er al waren maar die zij nog niet zag. Creëren van een experimenteel systeem. Er wordt geen echte oplossing geboden door alle oplossingen die er gegeven zijn.

We moeten zoeken naar een verschillende/ andere soort van vraag die vooraf zelfs niet overwogen werd. We kunnen niet anders dan van de migratieproblematiek afstappen en ons concentreren op de vraag van het buitenkomen. Op verschillende manieren werd dit al aangehaald. We hebben per persoon een hoop uren geobserveerd maar de vaststelling bleef: er is nergens volk! Er zijn veel initiatieven maar veel hiervan gaan niet door omdat er niet genoeg volk op af komt. Ons onbehagen is vertaald naar: mensen komen niet meer buiten. Dit kan vertaald worden als een vraag naar gemeenschap. Contact tussen wijken. Waar zou dit mee te maken kunnen hebben?

4 dingen werden aangegeven:
  1.           Rol van sociale media (virtualisering)
  2.           Ruimtelijke organisatie
  3.           De manieren van wonen (o.a. villa’s)/werken
  4.           Kwestie van de verzorgingsstaat: er is té veel aan mogelijke voorzieningen! Voor   elk probleem is wel een instelling aanwezig. Maar in veel van de initiatieven kunnen we ons de vraag stellen: voor wie zijn die er? Om de sociaal werkers aan het werk te houden? Compleet overaanbod.

Het ontbreekt in Genk aan plekken. Er zijn geen plekken waar een zekere confrontatie/wrijving mogelijk is. Plek als plaats waar iets gecommuniceerd kan worden, waar communicatie zich kan materialiseren. Een bepaalde functie een plaats toewijzen waardoor deze zo weinig mogelijk met iets anders geconfronteerd wordt. (Denk aan fietspaden: Waar een kruising is, gaat de één onder of boven iets anders of is er een rondpunt) We kunnen spreken over een netwerk dat van punt naar punt gaat. Geen plekken meer. Uiteengelegde, commerciële netwerken. Ze raken elkaar liefst zo weinig mogelijk. Als er plaatsen zijn waar een confrontatie zich kan afspelen/ waar een communicatie zich zou kunnen voordoen, dan worden ze opgekuist. Het is bijna onmogelijk om in Genk een materieel teken te vinden van ontmoetingen/confrontaties. Ze worden letterlijk uitgewist! Er is geen materialisatie van de confrontatie en geen nood om die confrontatie een plek te geven.

Het niet meer buiten komen als centraal thema:
Aanleiding om terug na te denken over het samenleven/ vormen van collectief wonen/werken/koken/tuinieren/feesten. Wanneer kom je écht buiten?

Verder nadenken over ‘wat is er in Genk aan de hand?’ via:
  • Het boekje van Hans Achterhuis: De markt van welzijn en geluk
     
    (-->  Verzorgingsstaat is manifest aanwezig.)
  •  Participatie survey over alle initiatieven 
  • Sennet: the conscious of the eye.(Organisatie van de stad en de rol van wijken hierin)
  • Design of social life of city’s. (New York: situatie waarin je villages hebt die op zichzelf bestaan en eigenheid hebben maar die villages zitten toch samen in een stad. Dus het geheel is iets anders als de delen.)
  • Zoeken naar manieren waarop we iets anders van Genk zouden kunnen horen. Genk op een anderen manier laten spreken. Rappers/migranten/ … hebben misschien toch iets anders te zeggen.
  • Isabelle Stengers: the cosmopolitical proposal (stem verlenen aan idioten, zij die niks gaan zeggen, die geen stem hebben)
  •  2 teksten vanuit labo:1) Experimentum scholae (Helpen nadenken over pedagoog zijn, poging om te definieren wa pedagoog zijn inhoudt)2) Emotie van experiment (S. Arens)
  •  Films kijken/ romans lezen ivm problematiek bv. Houllebecque: elementaire beeldjes (uiteenspatten van elementaire samenleving)
  • Teksten van David Nolens: kunst van het wachten. En teksten over kinderen, vriendschap, liefde,…