Co-wat?
Cohousing, groepswonen of samenhuizen is een vorm van gemeenschappelijk wonen waar verschillende mensen een eigen privéwoning met alle nutsvoorzieningen (keuken, badkamer) hebben, maar waar er ook gemeenschappelijke ruimtes zijn waar de bewoners kunnen samenkomen. Dat kan gaan om een eet- of feestzaal, een keuken, gastenkamers, een kinderkamer, een hobbykamer, een zithoek, bergruimte, een fietsenstalling, een wasruimte en een tuin.
Voor- en nadelen
- Praktische voordelen voor bewoners:
Onthaasten, kinderopvang, delen van infrastructuur en middelen, delen van kennis en vaardigheden en hogere levenskwaliteit en gezondheid.
- Maatschappelijke meerwaarde:
Het speelt in op veroudering, verzuring en vereenzaming in de maatschappij. Het biedt ook financiële voordelen, zowel in de aanloop- als in de bewoningsfase (alsook voor de investeringswaarde van de woonst). Cohousing zorgt er ook voor dat waardevolle gebouwen bewaard blijven, dat stadsdelen vernieuwd worden, dat ruraal gebied geherwaardeerd wordt en dat het woningpark beter benut wordt.
- Ecologische meerwaarde:
Samenhuizers wonen compacter en gebruiken minder open ruimte.Het delen van gemeenschappelijke voorzieningen levert bovendien een grote energie- en waterbesparing op. Hoewel de bewoners bewust samenleven, is de garantie op privacy van heel groot belang. Daarom wordt op architecturaal en organisatorisch vlak vaak alles door de groep besproken en ontworpen. Er komt dus veel vergaderen aan te pas. Hoe groter de groep, hoe meer zorg en tijd aan communicatie en overleg moet besteed worden. De confrontatie met andere waarden kan daarbij wrijving geven, maar ook verrijkend werken.
- Praktische problemen:
Omgaan met gemeenschappelijk en privé-territorium, met elkaars kinderen, huisdieren,
nachtlawaai,… Een te grote of te kleine cohesie kan ervoor zorgen dat niet iedereen er zich goed bij voelt. Of de sociale controle kan als een druk ervaren worden (op de individuele gedragingen en de relaties binnen het gezin).
Waar komt het vandaan?
Het cohousingmodel komt overgewaaid vanuit Scandinavië. Denemarken telt vandaag ruim
400 cohousingprojecten die samen zo’n 50.000 bewoners huisvesten. Zweden heeft 2.000 woongemeenschappen, en in Nederland wordt het aantal geschat op meer dan 10.000. Dat succes is zeker ook te danken aan de samenwerking tussen particuliere groepen en de woningbouwcorporaties voor sociale woningen.
Knelpunten
- Het samenbrengen van een goede groep (groot engagement nodig) en een visie opstellen
- Ontwerpen en bespreken van een project neemt veel tijd in beslag
- Een geschikt pand/ bouwwerf vinden
- Veel aandacht besteden aan de keuze voor en opmaak van een juridische structuur, het betrekken van bescheiden inkomens en de (voor)financiering van het project
- Goede relatie met de lokale overheid
- Telkens weer zaken uitzoeken en telkens weer oplossingen uitdokteren voor nieuwe problemen
Belangrijke kanttekening!
Volgens berekeningen in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen heeft Vlaanderen in de periode 2007 tot 2012 zowat 100.000 extra woningen nodig. Dat is het gevolg van het stijgende aantal inwoners en gezinnen. Daarbovenop werd de prijs van een bouwgrond in Vlaanderen tussen 2000 en 2009 vier keer duurder. De prijs van woningen steeg met 120 procent, huurprijzen stegen in dezelfde periode met 30 procent.
Cohousing kan een goede oplossing bieden maar het beleid is hier echter nog steeds niet op afgestemd!


Geen opmerkingen:
Een reactie posten