zondag 27 november 2011

Milieuproblematiek

Cohousing in Genk leek me een goede manier om mensen samen te brengen, om een gemeenschap te creëren. Ik wou echter ook de nadruk leggen op 'het samen creëren van iets'. (coöperatieven) Hiertoe dacht ik aan een grote gezamenlijke moestuin die zich tussen de huizen zou bevinden. Samen zorgen voor een goede oogst en voor goedkoop lekkere, gezonde groentjes op je bord! 

Hier wringt nu echter het schoentje. Er is namelijk een serieuze milieuproblematiek in Genk-Zuid (het gebied in Genk waar ik 4 dagen heb rondgewandeld). De vele fabrieken die er gesitueerd zijn, stoten heel wat fijn stof uit. In dit stof bevinden zich zware metalen die de inwoners van Genk en omstreken inademen. Deze metalen worden opgenomen in het bloed en kan schade aan het erfelijk materiaal (neurologische problemen, niet zwanger worden, verminderen van gevoelens, ...) en het ontwikkelen van kanker tot gevolg hebben. Nu is het zo dat heel Vlaanderen  gezien kan worden als een zwarte vlek in Europa als het aankomt op de hoeveelheid fijn stof en zware metalen in de lucht. Genk is echter nog net iets zwarter. Nemen we als voorbeeld Chroom. 3 ng/m³ is de toegelaten hoeveelheid. In Genk is er sprake van 212 ng/m³! Dit is een gigantische hoeveelheid die elke dag wordt ingeademd door de inwoners van Genk. Ook kruipt dit stof in de grond/het grondwater met als gevolg dat de groenten in de tuin ook zeer veel zware metalen bevatten. Het is dus eigenlijk vergif dat je binnenkrijgt wanneer je ze opeet. Tot zover dus het idee van een gezamenlijke moestuin... 

Een cohousing complex bouwen in Genk-Zuid is op dit moment dus geen optie. Maar uiteindelijk lijdt heel Genk en zelfs heel Vlaanderen onder deze problematiek. Zich gezond en veilig voelen op de plek waar men woont is wat mij betreft de basis van waaruit je een goed leven uitbouwt. Als deze basis al bedreigd is, welke consequenties heeft dit dan voor de levenskwaliteit van mensen? Er moet dus dringend iets aan deze problematiek gedaan worden. Hiertoe moeten we niet de symptomen aanpakken door de mensen uit Genk-Zuid te laten verhuizen. Hierdoor ontstaat namelijk een 'getto' (wat Sledderlo en Kolderbos eigenlijk al een beetje zijn) en worden het spookwijken met veel leegstand waar enkel nog mensen wonen die niet anders kunnen omwille van financiële beperkingen.

Het luchtvervuilingsprobleem moet ter sprake gebracht worden bij familie, vrienden, in de media, ... En we moeten in actie komen! Het stadsbestuur zou eisen moeten stellen aan de bedrijven die in Genk-Zuid gevestigd zijn. Deze bedrijven kunnen bijvoorbeeld filters in hun schoorstenen plaatsen die voorkomen dat er te veel schadelijke stoffen in de lucht terechtkomen. Dit kost echter veel geld waardoor deze bedrijven (en de burgemeester) hier niet om staan te springen. Enkel genoeg druk kan ervoor zorgen dat de bedrijven dit uiteindelijk toch doen. En die druk kunnen wij zetten! Als we het niet voor onszelf doen, dan wel voor onze kinderen die in deze steeds vuilere lucht moeten opgroeien met de consequenties die eraan verbonden zijn...



zaterdag 26 november 2011

Grieken gaan over tot ruilhandel




De economische crisis slaat hard toe in Griekenland. Mensen verliezen hun baan en studenten met een universitair diploma vinden geen job waardoor vele Grieken met geld tekort kampen. "Time is money" wordt daarom nu zeer letterlijk genomen. De Griekse bevolking helpt elkaar of leert elkaar dingen in ruil voor hulp op een ander vlak. De ene persoon biedt dus zijn tijd aan in ruil voor wat tijd van een ander. Het is voor de Grieken een goede manier om om te gaan met de crisis. Iedereen zit in hetzelfde schuitje en hiertoe helpen ze elkaar. Het is een mooie manier om te ontvangen door te geven. Dit geven slaat niet enkel op hulp bieden maar ook op het geven van steun en comfort aan elkaar. Het geeft het gevoel dat men toch íets kan doen.

Op educatief vlak kan je dit vergelijken met de École Mutuelle, een onderwijssysteem waarbij de leerlingen elkaar onderling onderwijzen. Men maakte gebruik van een ingenieus systeem waarbij de leerlingen altijd actief en nuttig waren. Op ieder moment leerden ze zelf iets, of maakten ze zich nuttig voor het onderwijs aan jongere leerlingen. Het principe "Ik leer jou dit en jij leert me dat" stond er centraal.

Dit is een zeer interessante manier van denken/leven waarbij je werkt voor jezelf én de gemeenschap. Zeker in tijden van crisis wakkert dit het gemeenschapsgevoel aan en biedt het een manier om spaarzaam te leven.

Dossier Cohousing

Wat als wonen nu een manier was om mensen vanuit een bredere basis terug bij elkaar te brengen, om aan gemeenschapsvorming te doen? Volgend artikel gaf me alvast een idee van het concept 'cohousing' en bracht me aan het denken.




Co-wat?
Cohousing, groepswonen of samenhuizen is een vorm van gemeenschappelijk wonen waar verschillende  mensen een eigen privéwoning met alle nutsvoorzieningen (keuken, badkamer) hebben, maar waar er ook gemeenschappelijke ruimtes zijn waar de bewoners kunnen samenkomen. Dat kan gaan om een eet- of feestzaal, een keuken, gastenkamers, een kinderkamer, een hobbykamer, een zithoek, bergruimte, een fietsenstalling, een wasruimte en een tuin.

Voor- en nadelen
  • Praktische voordelen voor bewoners:

Onthaasten, kinderopvang, delen van infrastructuur en middelen, delen van kennis en vaardigheden en hogere levenskwaliteit en gezondheid. 

  • Maatschappelijke meerwaarde: 

Het speelt in op veroudering, verzuring en vereenzaming in de maatschappij. Het biedt ook financiële voordelen, zowel in de aanloop- als in de bewoningsfase (alsook voor de investeringswaarde van de woonst). Cohousing zorgt er ook voor dat waardevolle gebouwen bewaard blijven, dat stadsdelen vernieuwd worden, dat ruraal gebied geherwaardeerd wordt en dat het woningpark beter benut wordt. 

  • Ecologische meerwaarde:

Samenhuizers wonen compacter en gebruiken minder open ruimte.Het delen van gemeenschappelijke voorzieningen levert bovendien een grote energie- en waterbesparing op. Hoewel de bewoners bewust samenleven, is de garantie op privacy van heel groot belang. Daarom wordt op architecturaal en organisatorisch vlak vaak alles door de groep besproken en ontworpen. Er komt dus veel vergaderen aan te pas. Hoe groter de groep, hoe meer zorg en tijd aan communicatie en overleg moet besteed worden. De confrontatie met andere waarden kan daarbij wrijving geven, maar ook verrijkend werken. 

  • Praktische problemen:

Omgaan met gemeenschappelijk en privé-territorium, met elkaars kinderen, huisdieren,
nachtlawaai,… Een te grote of te kleine cohesie kan ervoor zorgen dat niet iedereen er zich goed bij voelt. Of de sociale controle kan als een druk ervaren worden (op de individuele gedragingen en de relaties binnen het gezin).

Waar komt het vandaan?
Het cohousingmodel komt overgewaaid vanuit Scandinavië. Denemarken telt vandaag ruim
400 cohousingprojecten die samen zo’n 50.000 bewoners huisvesten. Zweden heeft 2.000 woongemeenschappen, en in Nederland wordt het aantal geschat op meer dan 10.000. Dat succes is zeker ook te danken aan de samenwerking tussen particuliere groepen en de woningbouwcorporaties voor sociale woningen.

Knelpunten
- Het samenbrengen van een goede groep (groot engagement nodig) en een visie opstellen
- Ontwerpen en bespreken van een project neemt veel tijd in beslag
- Een geschikt pand/ bouwwerf vinden
- Veel aandacht besteden aan de keuze voor en opmaak van een juridische structuur, het      betrekken van bescheiden inkomens en de (voor)financiering van het project
- Goede relatie met de lokale overheid
- Telkens weer zaken uitzoeken en telkens weer oplossingen uitdokteren voor nieuwe  problemen

Belangrijke kanttekening!

Volgens berekeningen in het Ruimtelijk Structuurplan Vlaanderen heeft Vlaanderen in de periode 2007 tot 2012 zowat 100.000 extra woningen nodig. Dat is het gevolg van het stijgende aantal inwoners en gezinnen. Daarbovenop werd de prijs van een bouwgrond in Vlaanderen tussen 2000 en 2009 vier keer duurder. De prijs van woningen steeg met 120 procent, huurprijzen stegen in dezelfde periode met 30 procent.

Cohousing kan een goede oplossing bieden maar het beleid is hier echter nog steeds niet op afgestemd!


dinsdag 15 november 2011

Ideeën uit The Cosmopolitical Proposal

De idioot is degene die de ander doet vertragen, die weerstand biedt aan de gewone manier waarop we de situatie voorstellen. Hij biedt weerstand tegen de aanbieding van hoe situatie eruit ziet. De idioot houdt dus onze mobilisering tegen. Dit doet hij niet zozeer omdat de presentatie van de situatie (frame) vals zou zijn, of de urgenties naarwaar verwezen worden leugens zouden zijn maar de idioot is de belichaming van de opmerking/vraag ‘there is mabybe something more important’.  Je kan hem echter niet vragen ‘waarom’. De idioot is dus eerder een aanwezigheid/interstice (onderbreking). Je kan hem wel vragen wat belangrijker is maar hij weet het niet.

Het Cosmopolitieke voorstel =vatbaar voor misverstaan in de zin dat het een soort voorstel zou zijn die zou toelaten naar een gemeenschappelijke goede wereld te evolueren. --> een gemeenschappelijke wereld tot stand brengen. De constructie ervan vertragen = de idee!

Genk: We zijn geneigd aan te nemen ‘wij hebben goede wil, willen je helpen, maar je moet ons zeggen wat er scheelt, wat er belangrijk is’. Maar niet alles kan gezegd worden! De idioot spreekt niet uit zichzelf. Wij dachten dat we wisten wat in Genk gebeurde. Blijkbaar is er toch iets wat niet spreekt, de idioot, we weten niet wat het is. Deze doet ons aarzelen, waardoor we niet meteen zeggen ‘en nu gaan we dat doen!’. Het doorbreekt onze zelfzekerheid.


Ik herken dit bij mezelf. Ik had meteen een hele hoop praktische ideeën en toen ik me nadien de vraag stelde of ik het wel zo goed wist, werd ik geconfronteerd met een onzeker antwoord. Ik kan nu dus best eerst kijken waar ik momenteel sta en hoe ik moet verdergaan. Ik mag me niet de vraag stellen ‘Waar zijn we mee bezig?’ want dit opent een grond van goede redenen die ik heb bij mijn handelen.

Dé vraag: Hoe knn we de idioot macht geven om ons aan het denken te zetten? Hoe wekken we de dingen tot leven zodat die ons aanzet om dingen te doen?

Designing = art of staging. Niet van burgers die elk hun eigen opinie komen vertolken. Idioot heeft geen opinie, dus die zullen we nooit horen. Niet iedereen zn mening laten zeggen want dan vergeten we de idioot. Wél rollen verdelen.
--> Wat met mijn geplande interviews?

Het verlangzamen maakt het mogelijk dat er een nieuw antwoord kan komen. Dat je iets nieuws kan bedenken. Voor jezelf verhinderen dat je te snel komt bij ‘en dus’. Jezelf verzwakt zodat je open staat voor nieuwe dingen. Het is niet vanuit het argument van urgentie. Het gemompel van de idioot doet de urgentie niet weggaan maar stelt de ‘en dus’ even uit. Precies dit maakt de creatie van iets nieuws mogelijk zonder de garantie van beter maar precies vanuit jezelf, van wat je zelf denkt.

"Over Genk denken in de aanwezigheid van Genk."
Genk

maandag 14 november 2011

Cartografie en stappen als vormen van pedagogisch onderzoek

Tijdens de seminaries rond cartografie en stappen werd me duidelijk dat pedagogisch onderzoek ook een vormende betekenis heeft voor de onderzoeker zélf!

Op basis van ‘welke prijs zijn we bereid te betalen voor de toegang tot de waarheid?’ontstaan er 2 opvattingen over (pedag.) onderzoek:
  1. (Verwerven van) Kennis geeft toegang tot de waarheid. Om deze te verwerven moet je je aan een aantal regels houden. De onderzoeker betaalt een prijs voor de waarheid.
  2. Transformatie van het zelf. Wil je tot waarheidspreken komen, moet je jezelf veranderen.
In de 2e traditie blijft de onderzoeker niet meer buiten spel in tegenstelling tot traditie 1 waar hij zich moet onderwerpen aan de methode. Eerst zorgen voor jezelf, vooraleer je kan zorgen voor anderen. (Alcibiades, Socrates) Deze transformatie van het zelf is nodig om tot geldige kennis te komen/pedagogische rol op te nemen.

Praktische oriëntatie mbt Genk
: aanleveren van een toetssteen, aandachtig maken (≠ zicht hebben op dingen die voor gewone mensen onzichtbaar zijn en jij deze naar de opp brengt) Je nodigt mensen uit om aandachtig te worden. (interviews!) De blik proberen te richten op dingen die we niet zien omdat ze te dichtbij zijn. Tot ‘inkeer’ komen= aandachtig worden voor datgene waar we geen aandacht voor hebben.
  • Schrijven en kijken is van cruciaal belang in het onderzoek zelf! Het schrijven zelf maakt deel uit van het onderzoek.
Tekst Latour: Zelf een manier om de werkelijkheid tot spreken te brengen.
Ervaringsboeken: het boek is zelf een onderzoeksproces. Poging tot ontsubjectivering.

  • Wandelen/stappen als vorm van studie
De Certeau: het lezen van de stad als je kijkt naar dagelijkse praktijken
Masschelein: in hoeverre is stappen een vorm van pedagogisch onderzoek? Het impliceert een bepaalde pedagogiek.


Cartografie & morfologie!! (in gedachten houden bij het ontwerpen van coöperatieven)

Latour wijst er in zijn tekst 'reassembling the social' op om 'ad libitum writing trials', dus spontane gedachten en ervaringen, te noteren anders gaan deze verloren. Onderzoek ligt werkelijk in het schrijven. Dit IS het onderzoek en dit zal dan ook het resultaat zijn. Het inzicht moet in de tekst/beschrijving zitten. Onderzoek is het werken aan de teksten. Vandaar ook het belang van notities, blog, methode, framework...  

Hiernaast legt Foucault in zijn tekst de nadruk op schrijven VANUIT de ervaring, niet OVER de ervaring. Dus ook hier gaat het over de transformatie van het zelf en de ander! --> Mijn werk/studie doet mezelf er anders over denken en ook anderen mogelijk veranderen. Er wordt wel degelijk iets aan het licht gebracht. Ook bij Labo gaat het over 'Genk vanuit een ervaring'.

Genk ervaren voelde niet als wandelen door een stad, noch door een dorp. Hier wil ik graag dieper op ingaan, uitpluizen hoe dit juist komt. Ik vermoed dat het van belang is voor mijn visie op Genk en dit gaat daardoor mijn ontwerp hoogst waarschijnlijk mee bepalen. Latour wil via zijn site 'Paris: ville invisible' (http://www.bruno-latour.fr/virtual/index.htmlParijs een materialiteit geven. Via internet deze stad tastbaar maken. Hij wil ons laten zien dat internet niet enkel iets is dat ons vervreemd van de realiteit. Hiervoor creëert hij een platform waar je als bezoeker ingezogen wordt. 

"Een platform creëren waar je als Genkenaar ingezogen wordt!" 



zaterdag 12 november 2011

Vormen van spreken

Tijdens het seminarie van Stefan Ramaekers over 'vormen van spreken' werden teksten uit 2 boeken behandeld:

  1. 'De lichtheid van het opvoeden - Een oefening in kijken, lezen en denken' door Jan Masschelein
  2. 'Interviews' - An introduction to qualitative research interviewing' door Steinar Kvale.


De 1e tekst handelt over het spreken van de pedagoog. Wat zeg je als je spreekt en wat breng je ter sprake? Er wordt ook de vraag gesteld naar hoe we een stem aan iemand (die geen stem heeft) geven. Stengers stelt zich in The Cosmopolitical Proposal dezelfde vraag maar met de nadruk op 'de idioot' als subject: Hoe geef je de idioot die niet spreekt/kan spreken een stem? Voor veel mensen wordt de situatie namelijk voor iemand gedefinieerd. Hier kan ik de link leggen met het initiatief van De Uitdagers. Aan de hand van babbelstoelen en het willekeurig aanspreken van mensen werd er gesproken. Hierdoor heeft ook een stukje Genk gesproken.

Scènes uit de film 'Le Fils' van de broers Dardenne werden aan het spreken gelinkt. Enerzijds is er sprake van een functionalistische vorm van spreken, spreken om iets te weten te komen, dat iets afsluit (closure) en dus ook een spreken dat iets 'opent'. Anderzijds is er een spreken dat recht wil doen aan de situatie (ethische houding).

Vooral het spreken vanuit ‘het gegrepen zijn’ sprak me aan. In 'Le Fils' krijgen we de indruk dat Olivier gegrepen wordt door iets, maar we weten niet wat. Er is een spreken vanuit de bereidheid zich te verwonderen én de wil om voortdurend te beoordelen, los te laten.
Ook ik laat me nog regelmatig verwonderen door Genk. Onze 6-daagse is hier het perfecte voorbeeld van. Want ondanks dat ik al mijn hele leven in Genk woon, heb ik nieuwe dingen ontdekt. Genk heeft me verwonderd tijdens mijn wandelen, tijdens de gesprekken met de prof en studenten nadien en doorheen mijn eigen spreken. Nu nog altijd. Er is ook de nieuwsgierigheid naar meer. Waartoe is Genk in staat en welke rol kan ik hierin spelen?

Volgens Nancy bestaat de wereld uit bezigheden die een ‘iets’ tot object hebben (Ik-het). De wereld wordt vanuit een afstand bekeken, als te observeren object. Geadresseerd spreken. Ervaren. Cognitief. Rustig zijn.

Hier tegenover staat een stichten van de wereld (ik-jij). Een netwerk van relaties. Iemand ontmoeten. Ervaring kan men onmogelijk beschrijven. Alleen van getuigen = zich inlaten met en ingaan op wat zich aandient. Het spreken is een aanvaarding van aangesproken worden. O
penen op wat toe-komt. Spreken dat wordt gekenmerkt door een onvermogen van zwijgen. De vraag nodigt ons uit om de wijze waarop we ons vandaag gedragen niet vanzelfsprekend te vinden. Ongeadresseerd spreken. Relationeel. Vervreemd zijn.
Vaak spreken we ‘over’ de wereld als een taal waardoor we onszelf niet in het spel moeten brengen. Alles is voorspelbaar. Dit veronderstelt een bepaalde houding. Op het moment waarop we oog in oog staan met de wereld is dat wat we altijd vanzelfsprekend hebben geacht ineens niet meer vanzelfsprekend.

De tekst van Kvale over interviews is van een andere aard. Ze is meer bedoeld als methodologische tekst en geeft een basis over narratief onderzoek. Niet onhandig als ik mensen wil bevragen en dus een mini-interview op poten wil zetten.

Inter-view --> ‘tussen’. Losmaken, openstaan, ontmoeten, …  moet geplaatst kunnen worden binnen het interview.Een interview is een constructieplaats van kennis, een tussen-kijk, uitwisseling van standpunten tussen personen die aan het converseren zijn over een thema of gedeelde interesse.
  •         Conversatie als mutual interest, dat voor beiden van belang is. Inter-esse= een tussen-zijn. Dat wat van mutual interest is, hoeft niet van tevoren vast te liggen. Bij narratieve interviews wordt het (narratieve constructie v identiteit) pas gaandeweg duidelijk. Ze krijgt mee vorm doorheen het interview.
  •         Transformatie. Een goed interview is een interview dat zowel onderzoeker als onderzochte transformeert. leren! Een transformatie teweegbrengen = raken/veranderen.
  •     Conversatie = vorm van interview. We hebben verschillende vormen van conversatie in ons dagelijks leven.

Bijeenkomst 27okt en een 1e kennismaking met 'De Uitdagers'!

Ik zat al een tijdje met een wrang gevoel over onze observatie in Genk en de conclusie die we hieruit getrokken hebben. Ok, we hebben weinig mensen gezien. Maar is dit ergens niet een beetje logisch? We hebben voornamelijk tussen 9u en 18u geobserveerd, volwassenen zijn werken en kinderen zijn naar school. Wat als we veel volk hadden gezien? Trokken we dan niet de conclusie dat er veel werkloosheid en spijbelaars zijn in Genk? Daarom zou ik graag Genk nog eens willen observeren op andere momenten. 

Toch is het algemene gevoel dat we hebben wel juist denk ik. Maar de twee kunnen langs elkaar bestaan. Het gevoel dat mensen zich afsluiten in contrast met momenten waarop er wel volk is zoals tijdens de donderdagsmarkt, Genk on stage, in de winkelstraat, ... Wie komt hier naar toe en waarom? Wat zijn hun motieven om letterlijk 'hun huis uit te komen'?
Hiertoe leek het me leuk om mensen te bevragen hierover om erachter te komen wat er leeft bij de mensen en waarvoor zij hun huis wel of niet uitkomen. Toen ik dit idee deelde met mijn mama, wees ze me op een artikel dat ze gelezen had over 'De Uitdagers'. Een groep vrijwilligers die 'het cement' van de Genkenaren willen versterken. Hiertoe zijn ze ook mensen van verschillende wijken, geslachten, leeftijden en roots gaan bevragen en dit op een wel erg originele manier, nl. met babbelstoelen. De uitdagers nodigden voorbijgangers uit om op deze stoelen kennis te maken met een Genkenaar die ze nog nooit eerder ontmoetten. Enkele startvragen en een lekker koekje erbij mondden uit in een boeiend gesprek dat heel wat nuttige informatie opleverde.

Dit initiatief resulteerde in 5 denktafels die nu verder uitgewerkt worden:

1. Werk, kan de stad een voorbeeldfunctie zijn voor de Genkse werkgevers?
2. Onderwijs, hoe kunnen de ouders zich meer inzetten voor taal en talenten van de scholieren?
3. Dienstverlening, hoe kunnen de stad en OCMW met een kwalitatieve dienstverlening naar de burger komen?
4. Vrije tijd, hoe meer Genkenaren bereiken met het stedelijk vrijetijdsaanbod?
5. Samenleven, hoe Genkenaren bewust maken om deel te nemen aan het dagdagelijks leven in de wijken?


Het idee om me te focussen op leven en werken wordt ineens wel heel concreet gemaakt. Het is volgens mij goed om op de hoogte te blijven van hun activiteiten, inspanningen en uitkomsten. Dit mag echter in geen geval mijn creatief denkproces blokkeren in die zin dat ik me meer hier door ga laten leiden dan door mijn ervaringen met Genk zelf. Ik ga blijven lezen, mensen contacteren, rondwandelen in Genk en met anderen van gedachten wisselen om dit te garanderen.
stalen_1.jpg